De dwingende bepalingen van het Wetboek Vennootschappen en Verenigingen

13 January 2020

Op 1 mei 2019 trad het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) in werking. Indien uw vennootschap dateert van voor deze datum en u niet koos om uw vennootschap reeds aan te passen aan de nieuwe wetgeving, dient u vanaf 1 januari 2020 rekening te houden met de dwingende bepalingen van dit wetboek. Statutaire bepalingen die in strijd zijn met deze dwingende regelgeving worden voor “niet-geschreven” gehouden. Hieronder vindt u enkele voorbeelden.

Vooreerst dringen er zich enkele belangrijke terminologische wijzigingen op. Er wordt bijvoorbeeld niet meer gesproken over een BVBA maar over een BV, die niet langer wordt bestuurd door een zaakvoerder maar door een bestuurder. De bestaande BVBA is vanaf 1 januari 2020 verplicht om op ieder stuk BV te vermelden.

Andere dwingende bepalingen zijn onder meer de verstrengde regeling voor belangenconflicten binnen de BV, het algemeen regime van de bestuurdersaansprakelijkheid en het cumulverbod voor bestuurders. Deze laatste bepaling legt een verbod op voor een bestuurder om in verschillende hoedanigheden op te treden in het bestuursorgaan. Zo kan een natuurlijke persoon niet enerzijds een bestuurder zijn en anderzijds een vaste vertegenwoordiger van een bestuurder-rechtspersoon.

Daarnaast kan er binnen een BV maar een winstuitkering gebeuren na het doorlopen van de balanstest en de liquiditeitstest. Geeft één van deze beide testen een negatieve uitkomst, dan mag er geen winst uitgekeerd worden.

Naast deze dwingende bepalingen biedt het WVV ook tal van opportuniteiten. Binnen het bestuursorgaan van zowel de BV als de NV wordt het mogelijk om over te gaan tot schriftelijke besluitvorming. Echter zullen de bestaande statuten dit vaak in de weg staan. Een screening van alle bestaande statutaire bepalingen dient dus idealiter te gebeuren.

De kracht van QPS Accountants? Doordringen tot de kern van uw KMO en zorgen voor een helder inzicht.

Bekijk ook onze andere recente blogberichten en ontdek meer expertise

Vergeet ook voor 2019 uw minimumbezoldiging als bedrijfsleider niet!

Vergeet ook voor 2019 uw minimumbezoldiging als bedrijfsleider niet!

Sinds 2018 dient iedere kleine vennootschap gedurende het boekjaar aan minstens één bedrijfsleider (natuurlijke persoon) minstens 45.000 euro bruto bezoldiging toe te kennen om van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting te genieten. Als het resultaat van de vennootschap kleiner is dan 45.000 euro dient de bruto bezoldiging minimaal gelijk te zijn aan het belastbaar resultaat.

Wenst u minder belastingen te betalen dan kan u mogelijk voor het einde van het jaar nog gebruik van een ‘backservice’

Wenst u minder belastingen te betalen dan kan u mogelijk voor het einde van het jaar nog gebruik van een ‘backservice’

Een bedrijfsleider kan via zijn Individuele Pensioentoezegging (hierna: ‘IPT’) zowel zijn vennootschapsbelasting optimaliseren als een inhaalbeweging doen voor zijn aanvullend pensioen.