Effectentaks terug afgeschaft!

4 December 2019

Sedert 10 maart 2018 was men een taks op effectenrekeningen verschuldigd aan een tarief van 0,15% op effectenrekeningen waarvan de waarde tenminste 500.000 EUR bedroeg. Deze belasting werd door het Grondwettelijk Hof afgeschaft wegens een schending van het gelijkheidsbeginsel.

Met de invoering van de effectentaks trachtte de wetgever een belasting te creëren ten laste van de grotere vermogens. Er werd een vernietigingsprocedure opgestart door enkele belastingplichtigen voor het Grondwettelijk Hof.

Bij arrest dd. 17 oktober 2019 besliste het Hof dat de wetgeving die deze belasting oplegt het gelijkheidsbeginsel schendt. Zo werden bepaalde financiële instrumenten niet onderworpen aan de belasting en hadden bepaalde belastingplichtigen de mogelijkheid om aan de belasting te ontsnappen door de effectenrekening op naam van meerdere titularissen te plaatsen.

Om bovengenoemde redenen werd de effectentaks afgeschaft, weliswaar enkel voor de toekomst.
Dit houdt in dat de belasting dewelke verschuldigd is voor de eerste referentieperiode sinds de invoering (10 maart 2018 tot 30 september 2019) verschuldigd blijft en bijgevolg ook niet zal worden terugbetaald.

De kracht van QPS Accountants? Doordringen tot de kern van uw KMO en zorgen voor een helder inzicht.

Bekijk ook onze andere recente blogberichten en ontdek meer expertise

De dwingende bepalingen van het Wetboek Vennootschappen en Verenigingen

De dwingende bepalingen van het Wetboek Vennootschappen en Verenigingen

Op 1 mei 2019 trad het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) in werking. Indien uw vennootschap dateert van voor deze datum en u niet koos om uw vennootschap reeds aan te passen aan de nieuwe wetgeving, dient u vanaf 1 januari 2020 rekening te houden met de dwingende bepalingen van dit wetboek. Statutaire bepalingen die in strijd zijn met deze dwingende regelgeving worden voor “niet-geschreven” gehouden. Hieronder vindt u enkele voorbeelden.

Vergeet ook voor 2019 uw minimumbezoldiging als bedrijfsleider niet!

Vergeet ook voor 2019 uw minimumbezoldiging als bedrijfsleider niet!

Sinds 2018 dient iedere kleine vennootschap gedurende het boekjaar aan minstens één bedrijfsleider (natuurlijke persoon) minstens 45.000 euro bruto bezoldiging toe te kennen om van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting te genieten. Als het resultaat van de vennootschap kleiner is dan 45.000 euro dient de bruto bezoldiging minimaal gelijk te zijn aan het belastbaar resultaat.