Wenst u minder belastingen te betalen dan kan u mogelijk voor het einde van het jaar nog gebruik van een ‘backservice’

4 December 2019

Een bedrijfsleider kan via zijn Individuele Pensioentoezegging (hierna: ‘IPT’) zowel zijn vennootschapsbelasting optimaliseren als een inhaalbeweging doen voor zijn aanvullend pensioen.

Niet iedere bedrijfsleider heeft doorheen de jaren in dezelfde mate aan aanvullende pensioenopbouw gedaan via een IPT. Naast de periodieke premies is het mogelijk om een éénmalige premie - de zogenaamde backservice - te storten als een soort inhaalpremie voor het “tekort” aan pensioenopbouw.

Het is interessant om het fiscaal maximum te gaan opzoeken indien de financiële en fiscale ruimte in de vennootschap aanwezig is, aangezien het kan gaan om zeer belangrijke bedragen, tot verschillende malen het jaarloon.

Bovenop het voordeel van de inhaalbeweging zelf, kan de IPT op deze wijze aangewend worden om het resultaat van de vennootschap fiscaal te optimaliseren, aangezien de premies van de IPT voor 100% aftrekbaar zijn in de vennootschapsbelasting, mits aan de voorwaarden, o.a. de 80-regel, is voldaan. Daarnaast is het tarief in de personenbelasting bij uitkering van het gevormd kapitaal op 65-jarige leeftijd beperkt tot 10%, mits u echter tot die pensioenleeftijd “effectief actief” blijft.

De minister heeft bevestigd dat het niet noodzakelijk is dat u effectief gewerkt heeft tijdens de 3 jaren vóórafgaand aan uw pensioenleeftijd. De omvang van uw zelfstandige activiteit en/of hoeveel inkomsten u daaruit genoten heeft, is dus van geen enkel belang. U moet bijgevolg geen bewijs leveren dat u effectief werkzaam bent geweest. Het betalen van de sociale bijdragen volstaat.

Met de daling van het normale tarief in de vennootschapsbelasting vanaf aanslagjaar 2021 (van 29,58% naar 25%) doet u mogelijk bij een storting vóór jaareinde nog een extra voordeel van 4,58%.

Het gespaarde kapitaal staat vast tot de pensioenleeftijd maar kan altijd gedeeltelijk als voorschot worden opgenomen om privé te investeren in onroerende goederen.
Het valt dus te overwegen om uw positie voor jaareinde te evalueren.

De kracht van QPS Accountants? Doordringen tot de kern van uw KMO en zorgen voor een helder inzicht.

Bekijk ook onze andere recente blogberichten en ontdek meer expertise

De dwingende bepalingen van het Wetboek Vennootschappen en Verenigingen

De dwingende bepalingen van het Wetboek Vennootschappen en Verenigingen

Op 1 mei 2019 trad het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) in werking. Indien uw vennootschap dateert van voor deze datum en u niet koos om uw vennootschap reeds aan te passen aan de nieuwe wetgeving, dient u vanaf 1 januari 2020 rekening te houden met de dwingende bepalingen van dit wetboek. Statutaire bepalingen die in strijd zijn met deze dwingende regelgeving worden voor “niet-geschreven” gehouden. Hieronder vindt u enkele voorbeelden.

Vergeet ook voor 2019 uw minimumbezoldiging als bedrijfsleider niet!

Vergeet ook voor 2019 uw minimumbezoldiging als bedrijfsleider niet!

Sinds 2018 dient iedere kleine vennootschap gedurende het boekjaar aan minstens één bedrijfsleider (natuurlijke persoon) minstens 45.000 euro bruto bezoldiging toe te kennen om van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting te genieten. Als het resultaat van de vennootschap kleiner is dan 45.000 euro dient de bruto bezoldiging minimaal gelijk te zijn aan het belastbaar resultaat.