Heeft het nieuwe erfrecht een impact op uw vermogensplanning?

18 July 2019

Het nieuwe erfrecht - dat inmiddels reeds bijna één jaar van toepassing is - kan mogelijk een impact hebben op uw (uitgewerkte) familiale vermogensplanning! U kan nog tot en met 1 september 2019 ingrijpen.

 

De planning die voorheen werd uitgewerkt hield rekening met de destijds geldende wettelijke regels. Het nieuwe erfrecht is echter van toepassing op alle nalatenschappen opengevallen vanaf 1 september 2018 en dus ook op schenkingen gedaan vóór deze datum.

De wetgever voorziet echter in de mogelijkheid om de oude regels van inbreng en/of inkorting en de waarderingsregels toe te passen op schenkingen gedaan vóór 1 september 2018.

U dient hiertoe als schenker een verklaring tot behoud af te leggen voor een notaris. De uiterste datum voor het afleggen van deze verklaring is bepaald op 1 september 2019. De keuze die u maakt moet alle in het verleden gedane schenkingen omvatten, het betreft met andere woorden een “alles of niets” verhaal.

Een verklaring van behoud zal vaak niet nodig zijn indien u in het verleden schenkingen heeft gedaan aan alle erfgenamen samen. In alle andere gevallen kan het nuttig zijn om uw erfplanning onder de loep te laten nemen.

 
De kracht van QPS Accountants? Doordringen tot de kern van uw KMO en zorgen voor een helder inzicht.

Bekijk ook onze andere recente blogberichten en ontdek meer expertise

De dwingende bepalingen van het Wetboek Vennootschappen en Verenigingen

De dwingende bepalingen van het Wetboek Vennootschappen en Verenigingen

Op 1 mei 2019 trad het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) in werking. Indien uw vennootschap dateert van voor deze datum en u niet koos om uw vennootschap reeds aan te passen aan de nieuwe wetgeving, dient u vanaf 1 januari 2020 rekening te houden met de dwingende bepalingen van dit wetboek. Statutaire bepalingen die in strijd zijn met deze dwingende regelgeving worden voor “niet-geschreven” gehouden. Hieronder vindt u enkele voorbeelden.

Vergeet ook voor 2019 uw minimumbezoldiging als bedrijfsleider niet!

Vergeet ook voor 2019 uw minimumbezoldiging als bedrijfsleider niet!

Sinds 2018 dient iedere kleine vennootschap gedurende het boekjaar aan minstens één bedrijfsleider (natuurlijke persoon) minstens 45.000 euro bruto bezoldiging toe te kennen om van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting te genieten. Als het resultaat van de vennootschap kleiner is dan 45.000 euro dient de bruto bezoldiging minimaal gelijk te zijn aan het belastbaar resultaat.