Nieuwe spelregels voor bestuursmandaten vanaf 2020 – tijd voor actie!

26 June 2019

Het nieuwe wetboek vennootschappen en verenigingen legt bijkomende beperkingen op aan de bestuursstructuren. Alle vennootschappen moeten vanaf 1 januari 2020 aan deze beperkingen voldoen. Welke acties dient u te ondernemen?

1. Iedere natuurlijke persoon mag in slechts één hoedanigheid besturen

Iedere natuurlijke persoon mag onder het nieuwe vennootschapsrecht slechts in één hoedanigheid optreden binnen het bestuur van de vennootschap. Het is dus niet meer toegelaten om enerzijds als natuurlijke persoon en anderzijds als vaste vertegenwoordiger van een rechtspersoon te zetelen in eenzelfde raad van bestuur van de vennootschap.

Voorbeeld: Persoon X en managementvennootschap Y, met als vaste vertegenwoordiger persoon X, zijn bestuurders binnen de exploitatievennootschap NV Z. Vanaf 1 januari 2020 kan persoon X slechts in één hoedanigheid als bestuurder optreden binnen de NV Z en dient men, ofwel een nieuwe bestuurder te benoemen, ofwel de NV Z om te vormen tot een éénhoofdige NV.   

2. Een vaste vertegenwoordiger is steeds een natuurlijke persoon

Daar waar het vroeger mogelijk was om een rechtspersoon aan te wijzen als vaste vertegenwoordiger van een andere rechtspersoon-bestuurder, zal dit vanaf 1 januari 2020 niet langer mogelijk zijn. Een vaste vertegenwoordiger zal vanaf deze datum steeds een natuurlijke persoon zijn.

Voorbeeld: Vennootschap Z heeft als bestuurder vennootschap Y. Laatstgenoemde vennootschap heeft als vaste vertegenwoordiger de vennootschap X. Vennootschap X heeft op haar beurt natuurlijk persoon W als vaste vertegenwoordiger. Dergelijke constructie zal niet meer mogelijk zijn vanaf 2020. Vanaf deze datum dient persoon W rechtstreeks te worden aangewezen als vaste vertegenwoordiger van vennootschap Y.

3. De hoedanigheid van vaste vertegenwoordiger is van geen belang meer

Eenieder kan vanaf 2020 worden aangewezen als vaste vertegenwoordiger zonder dat dit een aandeelhouder, bestuurder of werknemer hoeft te zijn. 

4. De bestuurder is steeds een zelfstandige

De nieuwe wet verduidelijkt dat de bestuurder verplicht een zelfstandige moet zijn. Het is dus verboden om een bestuurder via een arbeidsovereenkomst aan te stellen. Elke arbeidsovereenkomst die betrekking heeft op de uitoefening van een bestuursmandaat is sinds de nieuwe wet nietig.

Opgelet: herbekijk tijdig uw bestuursstructuur!

Het is mogelijk dat uw vennootschap vanaf 1 januari 2020 niet aan bovenstaande voorwaarden voldoet.

Bent u samen met uw managementvennootschap bestuurder van uw exploitatievennootschap of heeft uw vennootschap een rechtspersoon die optreedt als vaste vertegenwoordiger voor de bestuurder-rechtspersoon, besteed hier dan tijdig de nodige aandacht aan zodat de juiste wijzigingen nog vóór 2020 kunnen worden doorgevoerd.

De kracht van QPS Accountants? Doordringen tot de kern van uw KMO en zorgen voor een helder inzicht.

Bekijk ook onze andere recente blogberichten en ontdek meer expertise

De dwingende bepalingen van het Wetboek Vennootschappen en Verenigingen

De dwingende bepalingen van het Wetboek Vennootschappen en Verenigingen

Op 1 mei 2019 trad het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) in werking. Indien uw vennootschap dateert van voor deze datum en u niet koos om uw vennootschap reeds aan te passen aan de nieuwe wetgeving, dient u vanaf 1 januari 2020 rekening te houden met de dwingende bepalingen van dit wetboek. Statutaire bepalingen die in strijd zijn met deze dwingende regelgeving worden voor “niet-geschreven” gehouden. Hieronder vindt u enkele voorbeelden.

Vergeet ook voor 2019 uw minimumbezoldiging als bedrijfsleider niet!

Vergeet ook voor 2019 uw minimumbezoldiging als bedrijfsleider niet!

Sinds 2018 dient iedere kleine vennootschap gedurende het boekjaar aan minstens één bedrijfsleider (natuurlijke persoon) minstens 45.000 euro bruto bezoldiging toe te kennen om van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting te genieten. Als het resultaat van de vennootschap kleiner is dan 45.000 euro dient de bruto bezoldiging minimaal gelijk te zijn aan het belastbaar resultaat.