Een definitieve regeling voor het verenigingswerk? Nieuwe regels van toepassing vanaf 1 januari 2022

25 May 2022

Eind 2020 oordeelde het Grondwettelijk Hof dat de toenmalige regeling voor het verenigingswerk in strijd was met het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel. De wetgever kwam met een tijdelijke regeling die van toepassing was tot en met 31 december 2021.

Na lange en moeizame besprekingen werd de oplossing gevonden in een uitbreiding van artikel 17 van het Koninklijk Besluit van 28 november 1969 (voorheen de ’25-dagenregeling’). Een tewerkstelling op grond van dit artikel valt niet onder het toepassingsgebied van de sociale zekerheidsregelgeving, waardoor noch de werkgever noch de werknemer sociale bijdragen betalen. Het systeem bestond reeds voor sociocultureel werk, maar wordt nu aangepast en uitgebreid zodat ook de activiteiten die vroeger onder verenigingswerk vielen, mogelijk zijn onder dit systeem. Het omvat vanaf 2022 dus zowel de sociaal-culturele als de sportsector.

Welke sectoren?

De entiteiten en organisaties die verenigingswerkers kunnen aannemen onder dit statuut, worden limitatief opgesomd in voornoemd artikel 17. Het betreffen onder meer bepaalde instellingen van de overheid voor enkele specifieke activiteiten, door de bevoegde overheden erkende organisaties, organisaties aangesloten bij een erkende koepelorganisatie en inrichters van sportmanifestaties of socioculturele manifestaties.

 

Welke personen?

Ook de activiteiten die in aanmerking komen om vergoed te worden als verenigingswerk worden opgesomd in de wet. Het gaat onder meer om de activiteiten als animator, leider, sporttrainer, terreinverzorger, materiaalmeester en scheidsrechter.

Er is in hoofde van de verenigingswerker geen hoofdactiviteit vereist.

Er geldt een wachtperiode van 1 jaar voor personen die reeds aan diezelfde werkgever verbonden waren via een arbeidsovereenkomst, statutaire aanstelling of een aannemingsovereenkomst. Ook een werknemer die prestaties voor de werkgever verricht als uitzendkracht kan pas na 1 jaar aangeworven worden onder artikel 17. Voor werknemers verbonden via een studentenovereenkomst of waarvan de arbeidsovereenkomst ten einde kwam door pensionering is er geen wachtperiode van toepassing.

 

Sociaal

Indien de prestaties in het kader van deze regeling beperkt blijven tot een bepaald aantal uren, zijn er geen sociale bijdragen verschuldigd:

  • Sociaal-culturele sector: 300 uren per jaar met een maximum van 100 uren per kwartaal (maximaal 190 uren voor het 3e kwartaal)
  • Sportsector: 450 uren per jaar met een maximum van 150 uren per kwartaal (maximaal 285 uren voor het 3e kwartaal)
  • Studenten: 190 uren per jaar

Combinaties zijn mogelijk, maar in dat geval is het plafond voor alle activiteiten samen beperkt tot 450 uren per jaar.

Studenten kunnen het verenigingswerk combineren met studentenarbeid.

Wanneer bovenstaande grenzen worden overschreden, moeten voor de bijkomende uren sociale bijdragen betaald worden.

 

Fiscaal

De beloningen die men verkrijgt in het kader van een tewerkstelling cf. artikel 17 worden op fiscaal vlak gekwalificeerd als diverse inkomsten. Zij zijn na toepassing van de forfaitaire kostenaftrek van 50% belastbaar aan het afzonderlijk tarief van 20%. De uiteindelijke belasting bedraagt dus slechts 10%.

Dit fiscaal voordelig regime is slechts van toepassing wanneer het brutobedrag van de inkomsten uit de verenigingsactiviteiten niet meer bedraagt dan € 6.390. Wanneer de grens overschreden wordt, zijn alle beloningen voor verenigingsactiviteiten als beroepsinkomsten belastbaar.

Ook wanneer de inkomsten uit verenigingsactiviteiten samen met andere inkomsten uit de deeleconomie voor een bepaald jaar meer bedragen dan € 6.540 (geïndexeerd bedrag voor inkomstenjaar 2022), worden de volledige inkomsten belastbaar als beroepsinkomsten.

Wanneer de betrokken inkomsten voor een bepaald jaar wegens het overschrijden van het maximumbedrag als beroepsinkomsten worden belast, zal dat ook het geval zijn voor het daaropvolgende jaar.

 

Formaliteiten

Er moet een schriftelijke arbeidsovereenkomst afgesloten worden met de verenigingswerker.

De aangifte van de prestaties gebeurt via een Dimona-aangifte, voor de aanvang van de activiteit.  Bovendien komt er een applicatie waar de resterende uren geraadpleegd kunnen worden.

Er moet geen bedrijfsvoorheffing ingehouden worden door de werkgever.

De kracht van QPS Accountants? Doordringen tot de kern van uw KMO en zorgen voor een helder inzicht.

Bekijk ook onze andere recente blogberichten en ontdek meer expertise

Soepelere houding fiscus voor wat betreft ficheplicht bedrijfsleider terugbetaling onkosten vennootschap

Soepelere houding fiscus voor wat betreft ficheplicht bedrijfsleider terugbetaling onkosten vennootschap

In februari waarschuwden we reeds voor een verruiming van de ficheplicht voor terugbetalingen van kosten aan bedrijfsleiders (zie onze blogpost d.d. 24.02.2022 ‘Ruimere ficheverplichting voor terugbetaalde kosten aan de bedrijfsleider: betaal bepaalde kosten voortaan liever rechtstreeks met de vennootschap’). Namens de wet dienen alle terugbetalingen aan de bedrijfsleider van kosten eigen aan de werkgever vermeld te worden op de fiche, ongeacht het feit of het forfaitair, dan wel variabele vergoedingen betreft.

Verplicht alternatieve betalingswijze vanaf 1 juli 2022

Verplicht alternatieve betalingswijze vanaf 1 juli 2022

Als ondernemer ben je verplicht om vanaf 1 juli 2022 een alternatieve betalingswijze, naast de cashbetaling, te voorzien voor je klanten.

Elke onderneming, dit wil zeggen niet enkel handelaars, maar ook vrije beroepers en verenigingen, zijn verplicht om vanaf 1 juli elektronisch betalen toe te laten.

Het QPS-team staat klaar

om u te adviseren/assisteren

Aarzel niet com contact met ons op te nemen!

Contacteer ons