Btw-regels voor laadstations voor elektrische wagens: circulaire schept duidelijkheid

25 January 2022

Meer en meer wagens zijn tegenwoordig uitgerust met een elektromotor voor de aandrijving. Gelet op de geplande vergroening van het wagenpark, zal dit in de toekomst enkel toenemen.

Deze verandering bracht al veel fiscale vragen met zich mee. Verschillende btw-vragen bleven echter onbeantwoord. Vlak voor het jaareinde werd een circulaire gepubliceerd waarin de administratie de btw-regeling toelicht met betrekking tot de installatie van laadstations voor elektrische voertuigen en leveringen en diensten met betrekking tot die laadstations. We zetten het graag kort voor u uiteen.

Levering met plaatsing van een laadstation

Tarief

De levering met plaatsing van een laadstation is in principe onderworpen aan het normale btw-tarief van 21%.

De levering met plaatsing van een laadpaal met één of meer laadpunten die ingelijfd is bij de grond wordt in principe aangemerkt als een werk in onroerende staat. De levering met plaatsing van een laadpunt in een gebouw wordt niet aangemerkt als een werk in onroerende staat, maar wordt beschouwd als een handeling gelijkgesteld met een werk in onroerende staat.

Het verlaagd tarief van 6% btw kan van toepassing zijn wanneer de handeling betrekking heeft op de eigenlijke woning. Dit is het geval indien ze wordt geplaatst:

  • in de eigenlijke privéwoning of aan de buitengevel ervan, of
  • in of aan de gevel van de garage of carport van de bewoner van de privéwoning, hieronder inbegrepen privatieve garageboxen van appartementsgebouwen en privatieve staanplaatsen in of onder een appartementsgebouw, voor zover het appartement waartoe deze behoren als privéwoning wordt gebruikt, of
  • aan de toegangsweg die de openbare weg verbindt met de garage die deel uitmaakt van de eigenlijke woning of met de voornaamste toegang tot de woning of het gebouw, of
  • op het buitenterras dat deel uitmaakt van de woning omdat het eraan grenst.

Wanneer het laadstation wordt geïnstalleerd op een andere plaats, is het verlaagd tarief niet van toepassing.

Bij de installatie aan een gemengd gebruikt gebouw (zowel privéwoning als beroepsgebruik), zijn er verschillende situaties mogelijk:

  • Privébestemming van het gebouw overweegt: verlaagd tarief (6%) mag toegepast worden op de volledige werken, tenzij de installatie enkel gebeurt in de beroepslokalen waardoor het normale btw-tarief (21%) verschuldigd wordt
  • Beroepsaanwending overweegt: verlaagd tarief (6%) beperkt tot de werken die betrekking hebben op de eigenlijke privéwoning

Verlegging van heffing

De verlegging van heffing is van toepassing op alle werk in onroerende staat en in de mate dat het niet om werk in onroerende staat gaat, ook op de handeling die tot voorwerp heeft zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische installatie van een gebouw, met uitzondering van toestellen voor de verlichting en van lampen.

De verlegging van heffing zal onder bepaalde voorwaarden dus ook van toepassing zijn op de levering met plaatsing van een laadstation.

Indien één overeenkomst gesloten wordt voor de levering met plaatsing van het laadstation (hoofdvoorwerp), onderhoud en andere bijkomende diensten (bv. toegang tot digitaal platform) is de verlegging van toepassing op het geheel, op voorwaarde dat op elke factuur wordt verwezen naar betrokken overeenkomst met als hoofdvoorwerp de levering en installatie van het laadstation.

Recht op aftrek

Het recht op aftrek voor de levering met installatie wordt bepaald in functie van:

  • Het btw-statuut van de onderneming (btw-plichtige met 100% recht op aftrek, gemengde of volledig vrijgestelde btw-plichtige)
  • De plaats van de installatie (bij de onderneming zelf of bij de werknemer).

 

Installatie bij de onderneming

Indien de installatie gebruikt wordt voor het verrichten van belastbare handelingen in het kader van de economische activiteit die volledig recht op aftrek verleent, is de btw op de installatiekosten volledig aftrekbaar. Er wordt geen rekening gehouden met het aandeel van het beroepsmatig gebruik van de op te laden wagens.

 

Installatie bij de werknemer

In het geval het laadstation geïnstalleerd wordt bij de werknemer thuis zonder dat de werknemer hiervoor een vergoeding betaalt, wordt er voor het recht op aftrek rekening gehouden met het beroepsmatig gebruik van het laadstation.

Wanneer er wel een vergoeding betaald wordt door de werknemer (vb. via vermindering nettoloon of cafetariaplan) en deze gelijk is aan een normale waarde, moet er geen rekening gehouden worden met het beroepsmatig gebruik van het laadstation om de aftrek te berekenen.

Ongeacht of het laadstation geïnstalleerd wordt bij de onderneming of bij een werknemer, wordt de aankoop of huur niet beschouwd als een autokost waarvoor de maximum aftrekbeperking van 50% van toepassing is.

 

Opladen van elektrische voertuigen via een laadstation

Tarief

Voor de btw wordt elektriciteit beschouwd als een lichamelijk goed. Het opladen van een voertuig via een laadstation kwalificeert als een levering van een goed, meer bepaald een levering van elektriciteit. Hierop is op dit moment het normale btw-tarief van 21% van toepassing.

Recht op aftrek

De elektriciteit wordt hier beschouwd als een ‘brandstofkost’, met als gevolg dat de aftrek beperkt moet worden tot het effectief beroepsmatig gebruik met een maximum van 50%. Indien het verbruik per voertuig afzonderlijk kan worden gemeten, mag het recht op aftrek bepaald worden volgens hetzelfde regime als de aftrekbaarheid van het voertuig zelf. Indien het opladen van elektriciteit via het laadstation niet afzonderlijk van het andere elektriciteitsverbruik gemeten kan worden, moet het aftrekpercentage bepaald worden onder toezicht van de administratie.

Btw-gevolgen in hoofde van de werknemer

Wanneer de werkgever voorziet in een laadstation bij de werknemer, wordt de elektriciteit zelf meestal aangerekend door de energieleverancier aan de werknemer. De werkgever betaalt doorgaans een vergoeding aan de werknemer voor het gedeelte van de elektriciteitsfactuur dat wordt gebruikt voor het opladen van de wagen.

Het ontvangen van deze vergoeding voor de levering van elektriciteit heeft in de meeste gevallen geen btw-gevolgen voor de werknemer, zelfs niet wanneer de werknemer voor andere activiteiten reeds het statuut zou hebben van btw-belastingplichtige. Indien het laadstation door de werknemer ter beschikking gesteld wordt aan het brede publiek, moet rekening gehouden worden met de feitelijke omstandigheden om te beoordelen of de werknemer hierdoor de hoedanigheid van btw-belastingplichtige verwerft.

De kracht van QPS Accountants? Doordringen tot de kern van uw KMO en zorgen voor een helder inzicht.

Bekijk ook onze andere recente blogberichten en ontdek meer expertise

Soepelere houding fiscus voor wat betreft ficheplicht bedrijfsleider terugbetaling onkosten vennootschap

Soepelere houding fiscus voor wat betreft ficheplicht bedrijfsleider terugbetaling onkosten vennootschap

In februari waarschuwden we reeds voor een verruiming van de ficheplicht voor terugbetalingen van kosten aan bedrijfsleiders (zie onze blogpost d.d. 24.02.2022 ‘Ruimere ficheverplichting voor terugbetaalde kosten aan de bedrijfsleider: betaal bepaalde kosten voortaan liever rechtstreeks met de vennootschap’). Namens de wet dienen alle terugbetalingen aan de bedrijfsleider van kosten eigen aan de werkgever vermeld te worden op de fiche, ongeacht het feit of het forfaitair, dan wel variabele vergoedingen betreft.

Verplicht alternatieve betalingswijze vanaf 1 juli 2022

Verplicht alternatieve betalingswijze vanaf 1 juli 2022

Als ondernemer ben je verplicht om vanaf 1 juli 2022 een alternatieve betalingswijze, naast de cashbetaling, te voorzien voor je klanten.

Elke onderneming, dit wil zeggen niet enkel handelaars, maar ook vrije beroepers en verenigingen, zijn verplicht om vanaf 1 juli elektronisch betalen toe te laten.

Het QPS-team staat klaar

om u te adviseren/assisteren

Aarzel niet com contact met ons op te nemen!

Contacteer ons