De wederopbouwreserve – voor de eerste maal aan te leggen in aanslagjaar 2022

25 January 2022

Om de solvabiliteit van uw onderneming terug op punt te stellen na het zware covid-jaar, werd door de regering vorig jaar het systeem van de wederopbouwreserve in het leven geroepen. Middels een wederopbouwreserve krijgen vennootschappen de kans om fiscaal vriendelijk hun eigen vermogen terug op te krikken na de verliezen die ze geleden hebben tijdens het boekjaar 2020. We lichtten u deze mogelijkheid al toe in een vorige nieuwsbrief. Gezien u voor de eerste maal gebruik kunt maken van deze optie in de aangifte vennootschapsbelasting met betrekking tot aanslagjaar 2022, herhalen we graag even de principes en gaan we dieper in op de combinatie hiervan met andere fiscale regimes.

Principe

Door het aanleggen van een wederopbouwreserve kunnen vennootschappen de winsten met betrekking tot de aanslagjaren 2022 tot 2024 fiscaal voordelig in de vennootschap houden, meer bepaald door deze winsten geheel of gedeeltelijk in de jaarrekening te bestemmen als een belastingvrije reserve, waardoor er (voorlopig) geen belasting over betaald dient te worden.

Welke voorwaarden?

Alle onderstaande voorwaarden moeten voldaan zijn om een wederopbouwreserve te kunnen aanleggen:

1) Enkel vennootschappen met een boekhoudkundig verlies over boekjaar 2020 kunnen van dit systeem gebruik maken; vennootschappen die hun boekjaar afsloten in de periode 1 januari 2020 tot 31 juli 2020 hebben een optiestelsel en kunnen als uitgangspunt het verlies geleden in het boekjaar 2020 of 2021 kiezen;

2) Het bedrag dat aangelegd kan worden als wederopbouwreserve wordt beperkt tot het boekhoudkundig verlies van de vennootschap op de afsluitdatum van het boekjaar in 2020 of in 2021 indien hiervoor gekozen binnen het optiestelsel, met een absoluut maximum van 20 miljoen euro;

3) Per belastbaar tijdperk wordt de vrijstelling bovendien beperkt tot het bedrag van de belastbare gereserveerde winst van het belastbaar tijdperk vastgesteld vóór de samenstelling van de wederopbouwreserve;

4) Er mag tijdens de periode van 12 maart 2020 tot en met de dag van indiening van de aangifte verbonden aan het aanslagjaar waarin de wederopbouwreserve kan worden aangelegd geen kapitaalvermindering, inkoop van eigen aandelen, dividenduitkering of enige andere vermindering of verdeling van het eigen vermogen hebben plaatsgevonden;

5) De vennootschap mag geen banden hebben met belastingparadijzen;

6) De wederopbouwreserve dient geboekt te worden op één of meer afzonderlijke rekeningen van het passief en mag niet tot grondslag dienen voor de berekening van de jaarlijkse dotatie aan de wettelijke reserve of van enige beloning of toekenning (o.a. dividenduitkering). Ze moet aldus voldoen aan de ‘onaantastbaarheidsvoorwaarde’ en blijft enkel vrijgesteld zolang ze aan deze voorwaarde blijft voldoen.

Terugname en automatische belastbaarheid in sommige gevallen?

Enkele specifieke verrichtingen zorgen voor de terugname van de vrijstelling, zelfs als de onaantastbaarheidsvoorwaarde voldaan blijft.

Vooreerst zullen latere uitkeringen van het eigen vermogen de gehele of gedeeltelijke belastbaarheid van de wederopbouwreserve tot gevolg hebben en dit zolang de wederopbouwreserve bestaat en nog niet volledig aan belasting onderworpen werd.

Verder wordt het behoud van de vrijstelling afhankelijk gesteld van een bezoldigingstest. De wederopbouwreserve zal belast worden ten belope van het verschil van de daling van de personeelskost indien de vennootschap haar personeelskosten laat dalen tot onder 85 % van deze kost voor het boekjaar dat beëindigd werd in 2019.

 

Combinatie met andere fiscale regimes

Carry-back

De aanleg van een wederopbouwreserve kan gecombineerd worden met de eenmalige carry-backregeling. Dit systeem hield in dat je het verwacht verlies van 2020 kon overdragen naar 2019, waardoor de belastingschuld over 2019 verminderd werd. Het is dus mogelijk dat de verliezen van 2020 reeds aangewend werden in aanslagjaar 2020. Je kan diezelfde verliezen echter nogmaals gebruiken als basis voor de wederopbouwreserve.

Liquidatiereserve

De winst die gebruikt wordt voor de aanleg van de wederopbouwreserve kan op dat moment niet gebruikt worden voor de aanleg van een liquidatiereserve. Wanneer de wederopbouwreserve nadien belastbaar wordt en de reserve bijgevolg overgeboekt wordt naar een opbrengstenrekening, kan hiermee wel een liquidatiereserve aangelegd worden.

Tax shelter

De vrijstelling onder het tax shelter-regime voor audiovisuele werken of podiumkunsten is beperkt tot 50% van de belastbare gereserveerde winst, vóór aanleg van vrijgestelde reserves. De aanleg van een wederopbouwreserve kan dus de toepassing van de tax shelter negatief beïnvloeden. Dit dient zeker in overweging genomen te worden bij het aanleggen van een wederopbouwreserve indien er in boekjaar 2021 reeds tax shelter-investeringen plaatsgevonden hebben.

Ebitda

De belastbare gereserveerde winst daalt door het aanleggen van een wederopbouwreserve, hetgeen nadelige gevolgen kan hebben voor de interestaftrekbeperking. De verminderde of weggewerkte belastbare gereserveerde winst verkleint de belastbare Ebitda en bijgevolg ook de interestaftrekcapaciteit.

 

Formaliteiten?

De vennootschap zal een formulier volgens het door de Koning vastgestelde model bij de aangifte inkomstenbelasting moeten voegen voor de aanslagjaren waarin de vrijstelling toegepast wordt.

 

Wat als mijn vennootschap te veel voorafbetalingen gedaan heeft?

Indien blijkt dat er doorheen het jaar te veel voorafbetalingen werden verricht omdat er nog niet geanticipeerd werd op de aanleg van een wederopbouwreserve, kunnen de te veel betaalde voorafbetalingen teruggevorderd worden tot 31 maart 2022.

De kracht van QPS Accountants? Doordringen tot de kern van uw KMO en zorgen voor een helder inzicht.

Bekijk ook onze andere recente blogberichten en ontdek meer expertise

Soepelere houding fiscus voor wat betreft ficheplicht bedrijfsleider terugbetaling onkosten vennootschap

Soepelere houding fiscus voor wat betreft ficheplicht bedrijfsleider terugbetaling onkosten vennootschap

In februari waarschuwden we reeds voor een verruiming van de ficheplicht voor terugbetalingen van kosten aan bedrijfsleiders (zie onze blogpost d.d. 24.02.2022 ‘Ruimere ficheverplichting voor terugbetaalde kosten aan de bedrijfsleider: betaal bepaalde kosten voortaan liever rechtstreeks met de vennootschap’). Namens de wet dienen alle terugbetalingen aan de bedrijfsleider van kosten eigen aan de werkgever vermeld te worden op de fiche, ongeacht het feit of het forfaitair, dan wel variabele vergoedingen betreft.

Verplicht alternatieve betalingswijze vanaf 1 juli 2022

Verplicht alternatieve betalingswijze vanaf 1 juli 2022

Als ondernemer ben je verplicht om vanaf 1 juli 2022 een alternatieve betalingswijze, naast de cashbetaling, te voorzien voor je klanten.

Elke onderneming, dit wil zeggen niet enkel handelaars, maar ook vrije beroepers en verenigingen, zijn verplicht om vanaf 1 juli elektronisch betalen toe te laten.

Het QPS-team staat klaar

om u te adviseren/assisteren

Aarzel niet com contact met ons op te nemen!

Contacteer ons