Wat zijn de concrete gevolgen voor u van het nieuw Wetboek Goederenrecht?

29 November 2021

U las het ongetwijfeld al in de media. Op 1 september 2021 trad het nieuw Wetboek Goederenrecht in werking. Wij lijsten de belangrijkste wijzigingen en gevolgen voor u op.

1. Recht van vruchtgebruik

Vooreerst werd de maximale duur voor vruchtgebruik ten voordele van een vennootschap opgetrokken. Onder de oude wetgeving kon dit slechts voor 30 jaar. Sinds 1 september 2021 is het mogelijk om een vruchtgebruik ten voordele van een vennootschap te voorzien van maximaal 99 jaar.

Vindt er een fusie of een splitsing plaats binnen uw vennootschap, dan betekent dit niet noodzakelijk het einde van het vruchtgebruik. Tenzij er contractueel iets anders is overeengekomen, zal het vruchtgebruik blijven verder bestaan. Dit is niet het geval indien de vennootschap ontbonden wordt, het vruchtgebruik zal dan uitdoven.

Tevens werd er voor de vruchtgebruiker een verplichting ingevoerd tot verzekering. Een verzekering is noodzakelijk voor de volle eigendom voor brand en overige gebruikelijke risico’s. Dit artikel werd ingevoerd als compensatie voor de afschaffing van de borgstellingsplicht van de vruchtgebruiker.

De grove herstellingen waren steeds voer voor discussie tussen de vruchtgebruiker en de blote eigenaar. Er werd door de wetgeving nu een regeling uitgewerkt die van aanvullend recht is. Dit wil zeggen hier kan van afgeweken worden mits een goede overeenkomst. Wordt de wetgever gevolgd, dan zal de blote eigenaar de grove herstellingen moeten uitvoeren, maar enkel na overleg met de vruchtgebruiker. De blote eigenaar heeft nog wel de mogelijkheid om te eisen dat de vruchtgebruiker proportioneel meedraagt in de kosten.

 

2. Recht van erfpacht

Onder de oude wetgeving was het verplicht om een recht van erfpacht minstens voor 27 jaar te verlenen. Dit wordt nu verlaagd naar 15 jaar. De maximumduur van 99 jaar heeft de wetgever behouden.

De erfpachthouder mag vanaf nu ook de bestemming van het goed waarop het recht rust, wijzigen. Deze bepaling is van aanvullend recht, dus ze geldt alleen indien er hieromtrent niets tussen partijen overeengekomen is.

De grootste wijziging voerde de wetgever door op het vlak van de verplichte betaling van een canon. Volgens het oude recht was het immers inherent aan een recht van erfpacht dat er door de erfpachthouder een vergoeding of een canon betaald werd. Dit wordt nu geschrapt. Meer nog de erfpachtgever zal bij het einde van de erfpacht een vergoeding verschuldigd zijn aan de erfpachthouder voor de door hem opgerichte constructies.

 

3. Recht van opstal

Voor 1 september 2021 gold er voor het recht van opstal een maximumduur van 50 jaar. Deze wordt opgetrokken naar 99 jaar.

In het verleden was er veel rechtsonzekerheid over wie bij het aflopen van de overeenkomst eigenaar werd van de door de opstalhouder opgerichte constructies. De wetgever is hier met een aanvullende regel aan tegemoet gekomen. De opstalhouder wordt geacht eigenaar te worden van de opgerichte constructies.

 

4. Wettelijke verankering accessoir opstalrecht

De figuur van het accessoir opstalrecht is een creatie door de rechtspraak in België, welke tot voor kort niet wettelijk was voorzien. Met het oog op de verhoging van de rechtszekerheid voorziet de wetgever nu een bepaling inzake dit accessoir opstalrecht.

Een accessoir opstalrecht ontstaat als gevolg van een gebruiksrecht op een onroerend goed. Hierbij wordt de bevoegdheid verleend om bouwwerken te plaatsen of aanplantingen te doen. Ook deze bepaling is van aanvullend recht. Hier kan dus ook van afgeweken worden.

De nieuwe wetgeving is van toepassing op contracten gesloten vanaf 1 september 2021. Bestaande contracten vallen in principe nog onder de oude wetgeving. Het is echter wel mogelijk om de nieuwe wetgeving van toepassing te verklaren op uw bestaand contract. Dit dient notarieel te worden vastgesteld.

De kracht van QPS Accountants? Doordringen tot de kern van uw KMO en zorgen voor een helder inzicht.

Bekijk ook onze andere recente blogberichten en ontdek meer expertise

Aanvraag overbruggingsrecht omzetdaling vanaf december 2021  wegens omzetdaling 40%

Aanvraag overbruggingsrecht omzetdaling vanaf december 2021 wegens omzetdaling 40%

Nu het coronavirus ons weer steviger in de greep heeft, is het mogelijk voor zelfstandigen om beroep te doen op het overbruggingsrecht wegens omzetdaling wanneer zij een omzetdaling hebben van 40 procent. Voor de maanden oktober en november 2021 was er nog een omzetdaling van 65 procent vereist om op het overbruggingsrecht aanspraak te maken; voor de maanden december 2021 tot en met maart 2022 volstaat een omzetdaling van 40 procent.  

De forfaitaire btw-regeling voor eenmanszaken: afschaffing vanaf 1 januari 2022

De forfaitaire btw-regeling voor eenmanszaken: afschaffing vanaf 1 januari 2022

Onder de forfaitaire btw-regeling wordt de verschuldigde btw bepaald op basis van een forfait per sector en dus niet op basis van de reële omzet en aankopen. Voor caféhouders bijvoorbeeld wordt volgens dit systeem de btw niet berekend op basis van het aantal verkochte pintjes, maar wel op basis van hoeveel pintjes er uit een vat getapt kunnen worden, hetgeen door de administratie forfaitair wordt vastgelegd.

Het QPS-team staat klaar

om u te adviseren/assisteren

Aarzel niet com contact met ons op te nemen!

Contacteer ons