Tijd om uw vrijgestelde reserves binnen de vennootschap fiscaal vriendelijk te mobiliseren?

25 January 2021

Wat?

Er zijn doorheen de jaren verschillende systemen tot stand gekomen waarbij vennootschappen een deel van hun resultaat konden vrijstellen door het aanleggen van een vrijgestelde reserve. Aan deze vrijstelling werd steeds een ‘onaantastbaarheidsvoorwaarde’ verbonden, wat betekende dat de reserve werd geboekt op een afzonderlijke rekening van het passief en daar ook behouden bleef.

Deze vrijgestelde reserves zijn slechts tijdelijk van belasting vrijgesteld en worden belastbaar wanneer de onaantastbaarheidsvoorwaarde geschonden wordt, bijvoorbeeld door uitkering aan de aandeelhouders en in elk geval uiterlijk bij liquidatie van de vennootschap.

Met de hervorming van de vennootschapsbelasting besloot de regering tot een maatregel om deze vrijgestelde reserves aan een gunstregime vervroegd te laten belasten. De vrijwillige opname van vrijgestelde reserves aan een verlaagd belastingtarief wordt ingevoerd voor beperkte duur, namelijk voor de aanslagjaren 2021 en 2022 indien het belastbaar tijdperk ten vroegste aanvangt op 1 januari 2020 respectievelijk 1 januari 2021.

Welke reserves?

Enkel vrijgestelde reserves die reeds bestonden aan het einde van het laatste belastbaar tijdperk dat afgesloten werd vóór 1 januari 2017 komen in aanmerking. Het moet derhalve gaan om ‘oude’ vrijgestelde reserves.

Onderstaande reserves komen in aanmerking:

  1. de investeringsreserves op voorwaarde dat de driejarige investeringstermijn verstreken is en de herinvestering correct gebeurde;
  2. de verwezenlijkte meerwaarden op voorwaarde dat ze geen betrekking hebben op bedrijfsvoertuigen, binnenschepen en zeeschepen en niet werden aangelegd in het kader van een ander gunstregime zoals bijvoorbeeld de gespreide taxatie;
  3. de vrijgestelde reserves die afkomstig zijn uit de 120%-aftrek voor onder andere elektrische wagens, fietsen, beveiliging en gemeenschappelijk personeelsvervoer;
  4. de vrijgestelde winsten van inschakelingsbedrijven.

Hoeveel bedraagt het gunsttarief?

Het normale tarief vennootschapsbelasting bedraagt 25 % vanaf aanslagjaar 2021 (20 % voor kmo’s onder bepaalde voorwaarden op de eerste schijf van 100.000,00 euro).

Het tarief van de vervroegde belasting - het zogenaamde gunsttarief - bedraagt 15 %. Dit tarief wordt verder verlaagd tot 10 % in de mate dat de opname tijdens hetzelfde belastbaar tijdperk geïnvesteerd wordt in afschrijfbare (niet noodzakelijk nieuwe) materiële of immateriële vaste activa. Investeringen in auto’s en lichte vrachtwagens worden uitgesloten.

Hou er wel rekening mee dat deze heffing van 15 % of 10 % een minimaal belastbare grondslag vormt. Er kunnen hierop geen aftrekken zoals bijvoorbeeld overgedragen verliezen of DBI-aftrek toegepast worden.

Om van het gunstregime te genieten is een overboeking naar de belaste reserves voldoende, het is dus niet noodzakelijk dat de vrijgestelde reserve effectief aan de aandeelhouders uitgekeerd wordt.

Mobiliseren of niet?

Of de mobilisering van vrijgestelde reserves voor uw vennootschap interessant is, zal steeds een feitenkwestie zijn afhankelijk van concrete omstandigheden.

De kracht van QPS Accountants? Doordringen tot de kern van uw KMO en zorgen voor een helder inzicht.

Bekijk ook onze andere recente blogberichten en ontdek meer expertise

‘Plan van Peteghem’ tegen fiscale fraude gaat weldra van start: fiscus krijgt langer tijd om te controleren

‘Plan van Peteghem’ tegen fiscale fraude gaat weldra van start: fiscus krijgt langer tijd om te controleren

Eind november werden er een reeks nieuw fiscale maatregelen ingevoerd dewelke een impact hebben op de jaren die vatbaar zijn voor een fiscale controle.  We geven een beknopt overzicht van de nieuwtjes die belangrijk zijn voor u als ondernemer.

Voert u werken in onroerende staat uit waarvoor de btw wordt verlegd naar de afnemer? Vergeet vanaf 1 januari 2023 uw factuurvermelding niet aan te passen!

Voert u werken in onroerende staat uit waarvoor de btw wordt verlegd naar de afnemer? Vergeet vanaf 1 januari 2023 uw factuurvermelding niet aan te passen!

Wanneer u werken uitvoert in onroerende staat en uw klant is een btw-plichtige afnemer die periodieke btw-aangiften indient, dan moet u de btw verplicht verleggen naar deze afnemer. Het is in dat geval de afnemer die de btw zal moeten verwerken in zijn eigen periodieke aangifte.

Het QPS-team staat klaar

om u te adviseren/assisteren

Aarzel niet com contact met ons op te nemen!

Contacteer ons